In de pagina's "geologie" staat beschreven, dat Winterswijk sinds de Trias periode voornamelijk in een warm klimaat heeft gelegen. Dit kwam ten dele door de geografische ligging, ons gebied schoof immers van een ligging op de breedte van de huidige Sahara naar de huidige meer noordelijke breedte, maar vooral ook door een volledig andere configuratie van land en zee, zeestromingen en atmosfeer.
Zogenaamde "klimaatsceptici" gebruiken zeer selectief incomplete of gefilterde geologische kennis en data om de huidige klimaatverandering te ontkennen of bagatelliseren. Er wordt dan gewezen op de klimaatveranderingen, die in het verre geologische verleden hebben plaats gevonden, of de meer recente koude en warme klimaatperiodes gedurende de laatste eeuwen. Gemakshalve wordt vergeten, dat klimaten in het geologische verleden samenhingen met een andere atmosferische samenstelling dan tegenwoordig en met plaattektoniek, waardoor de verdeling van land en zee, verhouding tussen diepzee en ondiepe zee en de oceaanstromingen heel veel verschilden van de huidige. Bovendien veroorzaakte plaattektoniek lange scheuren in de aardkorst, waarlangs gedurende duizenden jaren lava uitstroomde. Gebeurtenissen veel catastrofaler van omvang dan de vulkaanuitbarstingen van tegenwoordig. Ook vegetatie, die immers CO2 opneemt, varieerde enorm tussen de geologische periodes. De aarde was heel anders georganiseerd dan nu, en op het geologisch verleden wijzen om de huidige klimaatsituatie te verklaren is appels met peren vergelijken.
Het simpele feit, dat gedurende de laatste 2,5 miljoen jaar (Kwartair periode), de atmosferische CO2-concentraties continu tussen 180 en 280 ppm schommelde, en dat sinds 1950 de CO2-concentratie naar 420 ppm is gestegen, zou de alarmbellen bij iedereen moeten doen rinkelen. Deze snelle toename gaat gepaard met een globale temperatuur stijging, die wel een ondergeschikte, natuurlijke component heeft. Deze natuurlijke component is gerelateerd aan de wereldwijde opwarming sinds de aanvang van het Holoceen, 11.700 jaar geleden, en sinds het einde van "de kleine ijstijd", die liep van 1430 tot 1850. Deze "kleine ijstijd" is mogelijk gerelateerd aan een combinatie van factoren, zoals verminderde zonneactiviteit, grootschalige vulkaanuitbarstingen en afzwakking van de Golfstroom.
Wanneer over klimaatverandering wordt gesproken, wordt meestal op de gemiddelde globale klimaatopwarming gewezen. Echter lokale effecten kunnen van nog grotere betekenis zijn. Bijvoorbeeld als gevolg van de globale opwarming lijkt de golfstroom af te zwakken, waardoor het relatief noordelijke gelegen Europa vele graden zal gaan afkoelen. Zeer koude winters en koel zomers tot gevolg hebbend, namelijk een Nederlands klimaat zoals in IJsland of nog kouder.
De mens kan door reductie van CO2 uitstoot slechts in beperkte mate de verwachte klimaatopwarming bijsturen. De reeds aanwezige verhoging van atmosferische CO2-concentratie zal nog decennia lang klimaatverandering beïnvloeden totdat een nieuwe balans is gevonden. Hoewel de IPCC de rol van mens met betrekking tot klimaatverandering misschien overschat, feit is dat het klimaat verandert. De IPCC temperatuurprojecties zijn een goede benadering van de opwarming ten gevolge van het totaal aan menselijke en natuurlijke bijdrages.
Op een matigend temperatuur effect ten gevolge van het passeren van het maximum van het huidige interglaciaal moeten we niet hopen. Het komen en gaan van ijstijden speelt zich af over periodes van tienduizenden jaren. Het is niet realistisch te rekenen op een volgende ijstijd ter compensatie van de klimaatopwarming.
Het beperken van het verbruik van fossiele grondstoffen is zonder meer zeer verstandig. De relatieve grootte van de natuurlijke component van de klimaatverandering valt niet goed in te schatten, maar die component is zeker ondergeschikt aan de bijdragen t.g.v. het verbruik van fossiele grondstoffen. Omdat klimaatopwarming nog decennia lang zal doorgaan, zullen we ons sowieso moeten wapenen tegen de gevolgen daarvan. In Nederland zal met name de stijging van de zeespiegel en het veranderende neerslag patroon tot maatregelen moeten leiden. Afkoeling van het Nederlandse klimaat ten gevolge van veranderende oceaanstromingen is ook nog mogelijk.